Keren / beginnen nieuwe toer

Vasten

RH: Keer je werk door het van je af naar links te draaien. Je draad zal links van je lus liggen. Steek je naald in de laatst gehaakte steek en begin weer met vasten haken.

Halve stokjes

Keer je werk door het van je af naar links te draaien.  Je draad zal links van je lus liggen. Trek je eerste lus ietsje groter zodat je wel de hoogte van de steek haalt. Steek je naald in de laatst gehaakte steek en begin weer met halve stokjes te haken.

Stokjes:

Keer je werk door het van je af naar links te draaien.  Je draad zal links van je lus liggen. Trek je lus groter tot ong. de hoogte van een stokje. Steek de naald door de laatste steek van de voorgaande toer en haal de draad op (2 lussen op naald) Draai nu de naald om de uitgetrokken lus heen,  deze wordt nu gebruikt als omslag in plaats van de normale omslag. Haak nu de steek op de normale wijze af en ga verder met wat nodig is.

Ketting-(halve)-stokjes-basis

Zoals je een ketting-vasten-basis maakt, kun je dit ook doen met je andere soorten steken. Dit zorgt voor een soepele opzet waarbij de opzetketting en de 1e toer (halve) stokjes gecombineerd worden.

Begin met 3 lossen,

Steek de naald in de opzet-losse op het hobbeltje aan de onderkant, dus niet onder de v of 1 van de lusjes van de v.

1. Sla de draad om de naald

2. Haal een lus op. Dit is de kettingsteek (3 draadjes op de naald).

3. Haal nu een lus op door de laatst gemaakte lus. Dit is normaal je eerste lus voor een stokje (3 draadjes op de naald)

4. Pak de voorlaatst gemaakte lus met 2 vingers vast.

5. Haal nu 2x de draad door 2 lusjes op de naald of in 1x door alle 3 als je een half stokje maakt (1 lus om de naald)

6. Je steek is klaar.

7. Draai nu je werk zodanig dat het lusje wat je met 2 vingers pakte boven komt te liggen. Dit ziet eruit als de bovenkant van een normale steek.

8. Sla de draad om de naal en steek de haaknaald van rechts naar links onder beide lusje door en haal een lus op. Dit is weer je nieuwe kettingsteek = punt 1. Ga nu weer verder met punt 2.

Herhaal deze 8 stappen tot je voldoende steken hebt.

Makkelijk tellen

Omdat het heel makkelijk is te vergeten of je nou je kettingbasis al hebt gemaakt of dat je al bezig bent met de steek, tel ik tijdens het maken de doorhalen:

Voor halve stokjes:

ketting, 1, steeknummer;

oftewel: ketting, 1,1; ketting,1,2; ketting,1,3; ketting,1,4; enz…

Voor hele stokjes:

ketting, 1, 2, steeknummer;

oftewel: ketting, 1,2,1; ketting,1,2,2; ketting,1,2,3; ketting,1,2,4; enz…

 

Ketting-vasten-basis

Je kunt voor een soepele opzet de opzetketting en de 1e toer vasten combineren.

Begin met 2 lossen,

Steek de naald in op het hobbeltje aan de onderkant, dus niet onder de v of 1 van de lusjes van de v.

1. Haal een lus op. Dit is de kettingsteek (2 draadjes op de naald).

2. Haal nu een lus op door de laatst gemaakte lus. Dit is normaal je eerste lus voor een vaste (2 draadjes op de naald)

3. Pak de vorige lus met 2 vingers vast.

4. Haal nu de naald met draad door de 2 lusjes op de naald (1 lus om de naald)

5. Je steek is klaar.

6. Draai nu je werk zodanig dat het lusje wat je met 2 vingers pakte boven komt te liggen. Dit ziet eruit als de bovenkant van een normale steek.

7. Steek de haaknaald van rechts naar links onder beide lusje door en haal een lus op. Dit is weer je nieuwe kettingsteek = punt 1. Ga nu weer verder met punt 2.

Herhaal deze 7 stappen tot je voldoende steken hebt.

Makkelijk tellen

Omdat het heel makkelijk is te vergeten of je nou je kettingbasis al hebt gemaakt of dat je al bezig bent met de vaste, tel ik tijdens het maken mijn doorhalen:

ketting, 1, steeknummer;

oftewel: ketting, 1,1; ketting,1,2; ketting,1,3; ketting,1,4; enz…

Kabels haken

Kabel-voor

Ja, ook kabels haken is mogelijk. Maar het was wel een heel uitzoek werk om te komen tot de soepelheid die ik voor ogen had.

Mijn nichtje wilde een poncho met kabels. Voor haar zusje had ik er al 1 gemaakt met alleen stokjes en een meerdering middenvoor en -achter. Gehaakt met een dubbele dunne draad en haaknaald 5mm. Nu vond ik dat vrij los, maar voor de kabels ook maar met 5 begonnen. Vooral de ruimte tussen de kabels vond ik rommelig of te dik. Als je kabels breit dan wissel je rechten met averechten af. De averechten vallen wat naar binnen, waardoor de structuur van de rechten in de kabels mooi naar voren komt.
Daarom koos ik er in 1e instantie voor om de kabels met VPS te maken en de tussenruimte met APS. Je krijgt dan alleen lelijke ribbels te zien tussen je kabels en het wordt erg dik daar (=zwaar).

Na het diverse malen uitgehaald te hebben, tussendoor googlend voor aanvullende tips, ben ik op de volgende (steken) verhoudingen uitgekomen:

Haaknaald 7mm (zelfde garen!) en vasten tussen de kabels.

Zoals je ziet zijn het heen en weer gaande toeren. Op de heengaande toer (=zichtkant) haak je de stokjes waar de kabel zit en vasten tussen de kabels. Op de teruggaande toer haak je alleen maar vasten. Echter op 1/3 en 2/3 van de kabel pak je een steek op met een losse van de onderliggende vasten toer. Dan heb je niet van die “flappen” ertussen hangen en de gaten aan de voorkant worden wat kleiner.

kabel-achter
Kabels aan de achterkant

Kabels haken zonder patroon

Je kunt kabels redelijk makkelijk zonder patroon haken. In principe gaat in een vlecht/kabel elke keer bij een kruising de draad voorlangs óf achterlangs. In een 9S  brede vlecht zijn de middelste 3S altijd kruisend. Als je bij de laatste kruising stokjes 1-3 en 4-6 hebt gebruikt, dan zal je bij de volgende kruising stokjes 4-6 en 7-9 moeten gebruiken.

Kruisende toer

De niet gebruikte stokjes krijgen de gewone VPstokjes, de stokjes die achter komt te liggen worden met verlengde stokjes gemaakt en de stokjes die bovenop de kruising liggen worden met dubbele stokjes gemaakt. Door deze hogere stokjes blijven ze plat, trekken ze niet zo en komen op dezelfde hoogte uit als de vasten ernaast.

Tussenliggende toeren

Nadat er een gekruiste toer is gemaakt worden de volgende toeren: 1 toer vasten, 2x (1 toer VPS bij de kabels /rest vasten, 1 toer vasten).

Opzetlosse

Je kunt een opzetlosse op 2 verschillende manieren maken: met de draad die vanaf de bol komt of met het einde van de draad. Het grote voordeel van de laatste optie is dat je de steek makkelijk iets vaster kunt trekken als je hem gebruikt hebt.
Hoe ga je hiervoor te werk:

Rechtshandigen:

  • Houd je linker handpalm, met je duim omhoog, geopend voor je en vouw je ringvinger en pink naar binnen. = “Pistool”-houding;
  • Leg de draad vóór je wijs- en middelvinger, met het uiteinde naar boven;
  • Draad de draad om je wijs- en middelvinger, kruis hem vóór je vingers naar links:

opzet-voor

Op de bovenkant van je hand zie je nu 2 “streepjes”:
opzet-boven1

 

Steek je haaknaald onder het streepje aan de kant van je vingertoppen, pak het andere streepje met je haaknaald op.
opzet-haak1

 

Haal de haaknaald rustig terug naar je vingertoppen onder het 1e streepje door en….opzet-haak2

 

….laat alles voorzichtig van je vingers glijden.
Je hebt nu 1 lusje op de naald en een grote lus die straks de knoop gaat vormen.
Als je nu rustig aan beide draadeindes trekt zal het draadeinde omsloten worden door een knoop.
Trek het niet superstrak. Het lusje om de naald moet ong. 2 keer de naalddikte zijn.
 opzet-haak3

 

 

Na de benodigde opzetlossen ga je een toer haken. Aan het einde kom je weer bij je opzetlosse uit als het goed is. Vaak gebeurd het dan dat je deze steek iets opentrekt bij het haken van je steek. Dit is nu makkelijk te corrigeren door even aan het eindje begindraad te trekken.

Dit begin kun je ook gebruiken voor het maken van een magische cirkel (magic ring). Hierover later meer.